In april 2005 verleende de Filippijnse regering een ‘Environmental Compliance Certificate’ (milieucertificaat) aan de Lafayette-mijn van het gelijknamige Australische bedrijf. Dit was het startsein voor het winnen van goud, zilver, koper en zink op het eiland Rapu Rapu.
Door nalatigheid stroomden er in de paar maanden daarna cyanide en andere giftige stoffen van de mijn in zee en om het eiland heen, met massale vissterfte tot gevolg. In januari 2006 kreeg Lafayette een boete voor schending van de Clean Water Act, evenals voor het niet langer voldoen aan de voorwaarden voor hun Milieucertificaat.
Na onderzoek mocht de mijn weer in gebruik worden genomen voor een “proefperiode” van 30 dagen. Al na twee dagen deed zich een lekkage voor. Nog geen twee weken daarna, op 18 juli 2006, maakten bewoners melding van vissterfte in de Mirikpitik-kreek op het eiland. Bovendien was de massale aanwezigheid van militairen, politie en particuliere beveiliging op het eiland in tegenspraak met Lafayette’s beweringen over volledige transparantie tijdens de proefmaand.
David Andrade, een medewerker van Greenpeace die was gestuurd om de meldingen van vissterfte te verifiëren, werd onder bedreiging van een vuurwapen aangehouden terwijl hij zich op openbaar terrein bevond, en zijn watermonsters werden in beslag genomen.
Het Lafayette-project wordt gefinancierd door een syndicaat van banken waaronder de ANZ Investment Bank en ABN AMRO Bank NV (Australische afdeling).
Het project is duidelijk in strijd met de sociale en milieunormen die deze banken zogenaamd onderschrijven. Schrijf naar ABN AMRO en maak ze duidelijk dat dit SLECHT KREDIET is! Dring er bij de bank op aan om de financiering van de Lafayette-mijn te beëindigen.